2007
 Een rituele "dans" waarin zeven zombies zeven groepjes bezoekers begeleiden naar zeven eenakters. Tijdens elke wisseling van plaats komt het publiek samen om te luisteren naar muziek die de zeven thema's illustreert: macht, roem, carrière, geld, kicks, looks en idealen.
Recensie:
De lustrumviering van het Krimpenerwaard College werd in de week van 10-14 december afgesloten met de uitvoering van Voodoo Child, een origineel brok muziektheater, uitstekend passend bij de school, die daarin een lange traditie kent.
Toch was het heel anders dan anders. Deze keer geen tribunes, geen podium, geen wervelende dansscènes, maar een donker kermisterrein waar 'zeven zombies' zeven groepjes bezoekers elk in eigen volgorde langs de evenementen leidden. Deze duurden alle precies vijf minuten, wat alleen al een zeer strakke regie vergde. Tijdens elke wisseling van plaats kwamen de toeschouwers weer even samen bij de voor dit doel samengestelde schoolband met koor en solisten, die met hun verzorgde muzikale bijdragen samenhang en achtergrond van het gebeuren onderstreepten. Docent maatschappijleer, componist en muzikaal leider Wilco Meijer had de boodschappen zo verklankt dat ze aan duidelijkheid niets te wensen overlieten, terwijl het amusementsgehalte hoog bleef.
Natuurlijk drong zich een vergelijking op met het werk van de Duitse toneelschrijver Bertolt Brecht, die in de vorige eeuw het 'illusietoneel' wilde doorbreken: de toeschouwer mocht zich niet langer in de karakters op het toneel inleven, maar alleen in de gedachten en waarden achter het stuk. Daarom onderbrak Brecht het spel regelmatig met songs die de boodschap op een andere manier uitdroegen. Veel verder ging echter scriptschrijver en regisseur Winfred van Buren, huisdramaturg van de school. Hij ontleedde de werkelijkheid door de kijkers in zeven (lach-)spiegels hun eigen drijfveren te laten zien. Macht, geld, aanzien, 'kicks', ze werden allemaal tot het uiterste doorgevoerd in absurde scènes, die de leerlingen-acteurs volop gelegenheid boden hun mimische, dramatische en voordrachtstalenten te laten bloeien. Overigens was elke rol dubbel bezet om twee complete voorstellingen op een avond mogelijk te maken. Steeds terugkerende namen en thema's in de scènes lieten zien dat het om één gedeconstrueerde werkelijkheid ging. Als denkaanzet mag de productie dus zeer geslaagd heten, maar wie vooral wilde genieten van geestige taferelen, gedreven spel en aansprekende muziek werd eveneens uitstekend bediend.
|